Monthly Archives

april 2021

Motie van wantrouwen en afkeuring

By | Nieuws | No Comments
Wie vorige week de kranten gelezen heeft of de televisie heeft aangezet kan het niet zijn ontgaan; ons demissionair premier Mark Rutte is in het nauw gedreven. Naar aanleiding van het verkennersfiasco van Ollongren en Jorritsma gingen de ogen al snel richting Rutte in de Omtzigt-affaire. De door Kaag en Hoekstra ingediende motie van afkeuring werd aangenomen, de door Wilders ingediende motie van wantrouwen niet. Wat deze twee moties precies inhouden en de mogelijke effecten hiervan wordt hieronder nader uitgelegd.
Als een kamerlid flinke kritiek heeft op een bewindspersoon of het gehele kabinet, dan kan hij twee soorten moties indienen: de motie van afkeuring en de motie van wantrouwen. De motie van afkeuring is de mildere versie waarin het beleid van een bewindspersoon of het kabinet wordt veroordeeld. De ernst van de kritiek kan dan al een reden zijn voor een ontslagaanvraag, maar de motie heeft geen bindende kracht. Een nog mildere vorm van een motie van afkeuring is de motie van treurnis.
De meest ingrijpende vorm is de motie van wantrouwen. Hierin wordt beoordeeld of de Kamerleden nog wel vertrouwen hebben in een bewindspersoon of het kabinet. Het gevolg is dat de bewindspersoon of het kabinet de formele verplichting heeft om de functie neer te leggen.
In het Nederlandse staatsbestel bestaat geen motie van vertrouwen. Hierdoor geldt dat, tenzij het tegendeel is gebleken, een bewindspersoon of het kabinet het vertrouwen van de Kamer heeft. Wil een Kamerlid het tegendeel bewijzen, dan dient hij dit te bewerkstelligen door een bovengenoemde motie schriftelijk in te dienen. Elk kamerlid heeft de mogelijkheid om een motie in te dienen indien hij de steun heeft van tenminste vijf Kamerleden.
Desalniettemin blijkt het onderscheid in de praktijk toch niet altijd helder; vaak wordt een motie van afkeuring gezien als een motie van wantrouwen. Wat echter het grootste verschil is, kan mooi aan de hand van de huidige situatie worden aangetoond. De motie van afkeuring is namelijk met zestien van de zeventien partijen in de Kamer aangenomen. Veelal het gevolg in de praktijk is dat de bewindspersoon of het kabinet aftreedt, maar de beslissing daartoe is aan de bewindspersoon of het kabinet zelf. Rutte had derhalve zelf de keuze en besloot om te blijven. Zou de ingediende motie van wantrouwen aangenomen zijn, dan zou Rutte verplicht zijn ontslag moeten indienen. Beide moties zijn dus een klap in zijn gezicht, maar de ene net wat harder dan de ander.